24 mei 2007 door Hugo Louter

Het sociale internet: onbekend maar steeds meer bemind

Time_you_person_of_the_yearDat er definitieproblemen bestaan omtrent de term ‘web2.0’, is langzamerhand wel bekend. Toch lijken sommigen de discussie niet moe te worden. Ik denk dat we snel moeten ophouden met suggereren dat ‘web 2.0’ een eenduidig verschijnsel is. De term is relevant als aanduiding van de tweede internetgolf. Zó gebruikte Tim O’Reilly hem ook in zijn beroemde blogpost ‘What is web 2.0?’. Ik gebruik trouwensliever de term ‘het sociale internet’: content is king, community is queen.

Dat de discussies over de term ‘web 2.0’ voortkomen uit een piepkleine community van early adaptors en trendvolgers, blijkt deze week. Onderzoek (pdf) van Ruigrok/Netpanel toont aan dat de grote meerderheid van debevolking nog nooit van de term heeft gehoord. 80 procent van Nederland heeftde trend gemist die een klein deel van de bevolking (ja, ook mij) al twee jaar bezighoudt. En van de 13 procent die de term wel kennen, kan slechts 17 procenteen goede omschrijving geven van web 2.0. Een te verwaarlozen aandeel van de Nederlandse bevolking.

De impact van de toepassingen van het sociale internet is wel aanzienlijk. Het Ruigrok-onderzoek laat zien dat Marktplaats.nl (60 procent) de meest gebruikte sociale-internetsite is, ook al bestond het al jaren toen de term ‘web 2.0’ werd uitgevonden. Reuzen en reusjes als Wikipedia, YouTube en Hyves scoren tussen de 24 en 37 procent, gevolgd door eBay, GoogleVideo en MySpace (respectievelijk 16, 11 en 6 procent). Websites die in de internetcommunity bekend en veelgebruikt zijn, kunnen bij het grote publiekniet op bekendheid rekenen: LinkedIn, Blogger, Flickr, digg, del.icio.us, Technorati en Last.fm worden gebruikt door 1 tot 3 procent van de ondervraagden. Precies dat gedeelte dat ook ‘web 2.0’ kan definiëren?

Van de online netwerken is Hyves verreweg het populairst.83 procent van de online netwerkers zegt hierop actief te zijn, tegenover 8procent voor MySpace en 7 procent voor MSN. ‘Actief zijn’ blijkt overigensnogal tegen te vallen, want bijna 40 procent van de gebruikers met een account op een sociaal netwerk heeft daar vijf of minder eerstegraads contacten.Gemiddeld heeft men 31 van dergelijke ‘vrienden’.

Het onderzoek wijdt ook aandacht aan weblogs. Ondanks destormachtige groei van het verschijnsel in de afgelopen twee jaar heeft 12procent één of meer eigen weblogs, waaraan men doorgaans maximaal 2 uur perweek besteedt. Dat deze bloggers aan belangstelling geen gebrek hebben, blijktuit het feit dat 34 procent één of meer weblogs leest.

Het sociale internet heeft weliswaar een redelijke voetaan de grond in ons land, maar dat ontgaat grote delen van de bevolking.Zorgwekkend vind ik dat niet: wat maakt het uit als iemand de verschillentussen social news en social bookmarking niet weet? Toch mag de sector zich welaantrekken dat veel toepassingen zich niet uitstrekken buiten de kleine groep van enthousiasten: web 2.0 is immersvooral een mediarevolutie, die op kortere of langere termijn grote invloed gaathebben op de mediaconsumptie van alle Nederlanders, ook degenen die zich weinig vertonen op internet. Dat het de moeite waard is om de brug naar de 'gewone internetgebruiker' te slaan, bewijst voor mij NUjij.nl, dat social news herdefinieert door de applicatie in te zetten voor het vastleggen van reacties en commentaar op de 'moedersite' NU.nl.


reageer

Reacties