18 september 2006 door Laura Vogels
Met de caravan uitpuilend van de drop, kaas, aardappelen en hagelslag gaat de Nederlander elk jaar op vakantie. Aldaar aangekomen bestaat er geen betere snack dan het geijkte broodje kroket bij de plaatselijke 'oranjebar'. Of toch niet?
Uit onderzoek van TNS NIPO blijkt nu dat het buitenlandse eten voor 82 procent van de Nederlanders een van de charmes is van op vakantie gaan. Men neemt nog steeds wel koffie, thee, brood, boter, kaas, hagelslag en ander beleg mee op vakantie, maar dit is vooral bedoeld om de eerste paar dagen mee door te komen. De grote hoeveelheden aardappelen en vele andere producten blijven thuis.
Bijna 60 procent van de vakantiegangers vindt het leuk om een buitenlandse supermarkt te bezoeken. De helft van de ondervraagden koopt graag producten die in Nederland niet te koop zijn. Een derde (34 procent) van de vakantiegangers neemt daadwerkelijk producten mee naar Nederland om thuis nog eens te kunnen nagenieten.
De helft van de Nederlanders eet op vakantie gerechten die hij of zij thuis niet eet. Ruim vier op de vijf Nederlanders (84 procent) kookt wel eens zelf tijdens de vakantie. De helft bijna elke avond. Voor ruim 40 procent van de buitenlandse vakantiegangers zijn de ervaringen blijvend. Zij noemen de vakantie een culinaire inspiratiebron voor nieuwe recepten of gerechten.