24 januari 2007 door Laura Vogels

Amsterdam heeft stabiel imago

Amsterdam2Het merk 'Amsterdam' scoort wereldwijd hoge ogen. Onze hoofdstad wordt bij een imago-onderzoek van zestig wereldsteden als elfde gewaardeerd en wordt algemeen gezien als een stad met mooie gebouwen en parken, betaalbaar voor toeristen en een plaats waar gasten warm verwelkomd worden.

Dat blijkt uit de Anholt City Brand Index die internationaal regeringsadviseur Simon Anholt dit jaar voor de tweede keer uitvoerde. Aan 15.255 mensen werd gevraagd hoe ze dachten dat het leven in een bepaalde stad zou zijn. De eerste plaats op de ranglijst wordt door Sydney ingenomen, de Australische stad verstoot daarmee Londen van de eerste naar de tweede plaats. De derde plaats is voor Parijs.



27 juni 2007 door Laura Vogels

Halve wereldbevolking woont binnenkort in steden

Stad_2Voor het eerst in de geschiedenis zal de wereld meer stedelingen kennen dan plattelanders. Vanaf volgend jaar woont meer dan de helft van de wereldbevolking, 3,3 miljard mensen, in stedelijke gebieden. Dat aantal zal rond 2030 zijn opgelopen tot bijna vijf miljard ofwel zes op elke tien wereldburgers. Dit blijkt uit het vandaag verschenen wereldbevolkingrapport van het VN Bevolkingsfonds (UNFPA). 



13 augustus 2007 door Laura Vogels

Grote stad trekt een op de zeven verhuizers

Verhuizen_2In 2006 zijn zo’n 650 duizend mensen verhuisd naar een andere gemeente. De meeste mensen die in een andere gemeente gaan wonen, verhuizen binnen de eigen woonprovincie. De verhuisstromen tussen provincies zijn minder groot. Een op de zeven mensen, circa 90 duizend personen, verhuisde naar een van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

Mensen uit de provincie Utrecht zijn, als ze verhuizen, verhoudingsgewijs nog het meest op de grote steden gericht: bijna 13 duizend mensen uit de provincie Utrecht (1,1 procent van de provinciebevolking) verhuisden naar een van de vier grote steden. Drenten (0,16 procent), Friezen (0,20 procent) en Limburgers (0,21 procent) doen dat het minst.